Algerijnse gerbil als huisdier (Gerbillus nanus)
Kenmerken van de Algerijnse gerbil
Kop-romp: ± 6–9 cm • Staart: ± 8–13,5 cm
Actief en nieuwsgierig • Relatief tam te maken • Goede klimmer
Droge (half)woestijngebieden in Noord-Afrika en Azië
Algerijnse gerbils zijn schemer- en nachtdieren. Overdag slapen ze graag in zelfgemaakte gangen of in een nestplek, en na zonsondergang worden ze pas echt actief. In huis zie je ze daarom vaak het meest in de vroege avond en later op de dag.
Tip: verwacht geen “knuffeldier”. Een Algerijnse gerbil kan aan je aanwezigheid wennen en naar je hand komen snuffelen, maar optillen en aaien vinden de meeste dieren niet prettig.
Samen houden: liever niet alleen
In de natuur leven veel Gerbillus-soorten dicht bij elkaar in kolonies, maar vaak wel met een eigen hol en een eigen stukje territorium. Daarom is rust en ruimte in het verblijf extra belangrijk.
- Bij voorkeur: een koppel of klein groepje dat al jong aan elkaar gewend is (bijv. nestgenootjes).
- Introducties van volwassen dieren geven vaker gedoe; begin daar alleen aan als je ervaring hebt en altijd met een plan B (extra verblijf).
- Wil je geen nestjes: kies voor een groepje van hetzelfde geslacht.
Let altijd op signalen van serieuze onrust (doorbijten, klem zetten, bloed/verwondingen). Dan is scheiden de veiligste keuze.
Verblijf & afmetingen
Een glazen terrarium of aquarium met een goed passend gaasdeksel is meestal het meest praktisch. Traliekooien zijn vaak minder geschikt omdat bodembedekking eruit vliegt en tocht sneller ontstaat.
- 2 gerbils: minimaal 80 × 40 × 40 cm (l × b × h)
- Groep (4–6): ga ruimer (denk aan 120 × 60 × 60 cm als fijne basis)
- Afdekken: altijd, want gerbils kunnen goed springen en klimmen
Zet het verblijf op een rustige plek (geen direct zonlicht op de bak, geen tocht). Houd de temperatuur bij voorkeur boven 20°C voor kleinere soorten en voorkom snelle afkoeling in de nacht.
Bodembedekking: graven is een basisbehoefte
Algerijnse gerbils zijn echte gravers. Geef daarom een dikke laag bodembedekking waarin gangen kunnen blijven staan. Een mix werkt vaak het best (structuur + stevigheid).
- Kies bij voorkeur stofarme bodembedekking en voeg structuur toe (bijv. hooi/stro/papiermateriaal).
- Voor het nest: hooi, stro, tissues of papiersnippers.
- Vermijd “watten/katoenvezel” en los dradig textiel (pootjes kunnen vast komen te zitten).
Praktisch: zet zware decoratie (stenen, keramiek) altijd op de bodem en pas dán bodembedekking eromheen, zodat er niets kan verschuiven als eronder wordt gegraven.
Zandbad: onmisbaar voor de vacht
Gerbils hebben een ruime hoeveelheid zand nodig om in te rollen en hun vacht te verzorgen. Zonder zand wordt de vacht sneller vet en dat kan problemen geven met warmtehuishouding.
- Gebruik chinchillazand (fijn, droog en geschikt om te baden).
- Maak de zandzone royaal: praktisch is ⅓ tot ½ van het verblijf als zandgedeelte.
- Onderhoud: wekelijks zeven, natte plekjes wegscheppen.
Voeding: schraal, vezelrijk en niet te vet
Algerijnse gerbils zijn ingesteld op een schraal dieet en worden relatief snel te zwaar als de voeding te vet is. Een goede basis is complete gerbilvoeding, aangevuld met een kleine hoeveelheid vetarme zaden.
- Vermijd vette mengsels (zoals veel kanarie-/papegaaivoer) en geef zonnebloempitten hooguit als zeldzame traktatie.
- Groenvoer: kleine beetjes (bijv. bladgroen, paprika, mini stukje wortel). Bouw rustig op.
- Fruit: spaarzaam (al snel te zoet).
- Dierlijk eiwit: een paar keer per week (bijv. krekels/sprinkhanen/buffalo’s; meelwormen spaarzaam).
Water: bied altijd vers water aan, bij voorkeur via een drinkfles. Hang de tuit zo dat hij niet ingegraven kan worden.
Inrichting & verrijking: tunnels, klimmen en foerageren
Algerijnse gerbils zijn nieuwsgierig en energiek. Richt het verblijf zo in dat ze kunnen kiezen: graven, verstoppen, klimmen en zoeken.
- Schuilplekken: meerdere huisjes/holen zodat ieder dier kan uitwijken.
- Tunnels & buizen: veilig materiaal (keramiek, hout, stevig kunststof/PVC) en altijd stabiel geplaatst.
- Foerageren: strooi voeding (deels) uit, gebruik foerageerspeelgoed en verstop plekjes in het zand.
- Looprad: kies een dicht rad (geen spijlen) en richtmaat rond Ø 25 cm.
Wissel gerust af in materialen of indeling, maar verander niet alles tegelijk. Kleine aanpassingen houden het interessant zonder onrust te geven.
Verzorging & hanteren
Gerbils zijn niet “gemaakt” om vaak opgepakt te worden. Wil je toch contact opbouwen? Werk dan met rust, routine en belonen.
- Laat ze wennen aan je hand in het verblijf (eventueel met een klein voertje).
- Pak bij voorkeur van onderaf op (handen van boven voelen bedreigend).
- Gebruik desnoods een buisje/potje om ze veilig te verplaatsen.
- Nooit aan de staart optillen; de staart kan beschadigen.
- Dagelijks: controleer nest/voorraad op vochtige voedselrestjes en haal weg.
- Wekelijks: zand zeven, natte plekjes uitscheppen, bakjes schoon.
- Periodiek: deelverversing bodembedekking (niet alles tegelijk, behoud vertrouwde geurplekken).
- Zorg dat zware items niet kunnen instorten door graafwerk (altijd op de bodemplaat plaatsen).
- Gebruik geen spijlenrad en geen los dradig nestmateriaal.
- Houd het verblijf tochtvrij en voorkom grote temperatuurdalingen.
- Bij aanhoudende gevechten: direct scheiden en advies inwinnen.