Dikstaartgerbil (Vetstaartgerbil of Dikstaartmuis) informatie

DikstaartgerbilDe Dikstaartgerbil (Pachyuromys duprasi) wordt ook wel dikstaartmuis of vetstaartgerbil genoemd. Het zijn woestijndieren die van nature uit het noordelijke deel van de Sahara komen. De dikstaartgerbil is een hele opvallend dier, met zijn ronde lichaam, spitse snuitje en dikke kale staart. 

Kop-romplengte: tot 10 - 14 cm
Lichaamsgewicht: 45 gram
Levensverwachting: 3 - 7 jaar

Dikstaartgerbils zijn schemer- en nachtactief, dat wil zeggen dat ze in de avond, nacht en de vroege ochtend het het meest actief zijn. Toch zijn ze in gevangenschap ook regelmatig overdag wakker.

Gerbils hebben geen nek

Tam en vertrouwd maken met de Dikstaartgerbil

Lees je altijd goed in voordat je besluit een Dikstaartgerbil te nemen. Het zijn hele leuke huisdieren die regelmatig wakker zijn, waardoor ze overdag ook te zien zijn. Hoewel de Dikstaartgerbil er heel lief en knuffelig uitziet, houdt hij niet altijd van knuffelen en opgepakt worden vind hij zeker in het begin heel eng. Omdat de dieren geen diepte zien kunnen zo van je hand afrennen als ze schrikken, het is dus belangrijk als kinderen de dieren hanteren dat er altijd een ouder aanwezig is die kan helpen en ondersteunen.

Een nieuwe bewoner moet, vooral in de eerste tijd rustig benaderd worden. Het dier moet eerst vertrouwd raken met zijn eigen verblijf, zich er veilig in voelen alvorens deze op mensen durft af te stappen. Dikstaartgerbils zijn vrij schuwe dieren die tijd nodig hebben om te wennen. Geef het dier de tijd en probeer rustig contact te maken door tegen de gerbil te praten. Wat lekkers uit de hand geven werkt vaak ook goed om het vertrouwen van de dieren te winnen. Het oppakken laten ze over zich heen komen als het ware, ze stribbelen niet tegen. 

Tip! Dikstaartgerbils zijn dol op gedroogde meelwormen

Huisvesting van de Dikstaartgerbil

Dikstaartgerbils hebben een ruim verblijf nodig van minimaal 100 x 50 cm (LICG). Een goed verblijf geeft de dieren de mogelijkheid om te graven, maar er moet ook een zanddeel aanwezig zijn van minimaal 1/3 van het verblijf. In het wild bouwen Dikstaartgerbils prachtige gangenstelsels en dat willen ze in gevangenschap ook graag blijven doen. Een burcht in het wild ligt op een diepte van minimaal 1 a 2 meter en is ongeveer 1 meter lang. De diepte van de burcht hangt af van de omgevingstemperatuur. Als de temperatuur stijgt, dan gaat de gerbil dieper onder de grond graven om de koele aarde te bereiken, een soort natuurlijke airconditioning.

Dikstaartgerbils zijn woestijnbewoners, dat betekend dat ze in hun verblijf ook een groot zanddeel nodig hebben dat gevuld is met badzand in de vorm van Chinchillazand. De dieren ontwikkelen snel een vette vacht, dit biedt in het wild bescherming tegen omgevingsinvloeden zoals temperatuur en de droge lucht. Bij ons thuis moeten de Gerbils dus altijd beschikken over een zandbak gevuld met chinchillazand zodat ze naar behoefte kunnen badderen. Als Dikstaartgerbils niet kunnen badderen in zand, zal hun vacht binnen enkele dagen zeer vettig worden en kan zich een schimmelinfectie ontwikkelen.

hamsterscaping infoHamsterscaping is daarom ook erg leuk voor Dikstaartgerbils.

Bij ons thuis vertaald zich dit in een ruim verblijf met graafmogelijkheden en zanddeel! Hierbij is een terrarium de beste keus dankzij het gesloten karakter. Wel is het belangrijk dat een terrarium een goede ventilatie mogelijk maakt, dus bij voorkeur twee roosters heeft (boven en onder). Dit is met name in de zomer belangrijk als de temperaturen oplopen tot boven de 25°C.

Huisje voor een Dikstaartgerbil

Dikstaartgerbils hebben geluk! want bijna alle huisjes die voor hamsters gemaakt worden hebben een goed formaat voor deze gerbilsoort. Dikstaartgerbils zijn prooidieren en houden er niet van om open en bloot door het verblijf te lopen, als ze af en toe een schuilhuisje tegenkomen voelen ze zich al een stuk veiliger. Tunnels onder de grond vinden ze geweldig, bijvoorbeeld een buizensysteem van terracotta. Ons advies is daarom om in ieder geval twee huisjes voor de gerbil te hebben. Een huisje waar de gerbil in kan slapen en nog eentje waar hij in kan schuilen. 

Looprad voor een Dikstaartgerbil

Het gerbil looprad is een zeer belangrijk onderdeel van de inrichting van het gerbilverblijf. Gerbils zijn actieve dieren die graag rennen, vaak 's nachts. Dit komt doordat ze van nature in de nachtelijke uren veel rennen in de zoektocht naar voeding. Dit zit dus als het ware in hun DNA. Daarnaast is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat gerbils vrolijk worden van het rennen in een looprad, de spijsvertering wordt bevorderd en de dieren in het algemeen in een goede conditie blijven.

Een looprad voor een Dikstaartgerbil moet een diameter hebben van minimaal 28 cm en bestaan uit een dicht loopvlak.

Bodembedekking voor de Dikstaartgerbil

Voor de Dikstaartgerbil is een zanddeel belangrijk, daarnaast is het belangrijk dat de bodembedekking voor Gerbils graafbaar is, dat wil zeggen dat ze er gangetjes en holletjes in kunnen maken, die bij voorkeur blijven staan. Dit kan bereikt worden door bodembedekking te kiezen die op zich al graafbaar is of bodembedekkers met elkaar mixen waardoor deze graafbaar zijn. Een voorbeeld van een graafbare bodembedekking is bijvoorbeeld de Humus en het Holenzand, maar ook Katoen & Katoen. Een leuke mix is bijvoorbeeld de mix van Katoen & Hennepvezel, Katoen & Houtvezel of een mix van Houtvezel, Hennepvezel en Hooi. Bodembedekkers als Back 2 Nature zijn niet geschikt want daar kunnen de dieren niet in graven. De ideale hoogte van het graafdeel licht tussen de 20 en 30 cm.

Zandbad voor Dikstaartgerbils

Dikstaartgerbils vinden het niet alleen prettig om regelmatig een zandbad te nemen, maar hebben het ook echt nodig zoals we hierboven reeds hebben beschreven. De ideale verdeling van het verblijf is 1/3 zand en de rest een graafbare bodembedekking. Zand werkt ontvettend en daardoor ook verkoelend. Doordat zand ontvettend is werkt het dus ook uitdrogend. Dieren met huidproblemen mogen daarom geen zandbad krijgen. Als de huid door het zand te veel uitdroogt kan het gaan jeuken, waardoor de dieren nog meer gaan badderen. Het is dus belangrijk om het badder gedrag van de Gerbils in de gaten te houden en het zandbakje te verwijderen bij signalen van huidproblemen (rode plekken, kale plekken, korstjes, wondjes).

Dikstaartgerbils willen ook een nest bouwen

Dikstaartgerbils willen ook graag een nestje maken, ze hebben daarom altijd nestmateriaal nodig zodat ze hun holletje ermee kunnen bekleden. Het maken van een nest behoort dus tot het natuurlijke gedrag van een gerbil. Geef hem daarom altijd 15-25 gram nestmateriaal. Nestmateriaal moet lekker zacht zijn, vocht absorberen en breekbare vezels hebben zodat de dieren er niet in verstrikt kunnen raken. Materialen als katoen, hennep, wc papier en hooi zijn ideaal.

Voeding van en voor de Dikstaartgerbil

Dikstaartgerbils zijn anders dan de andere gerbilsoorten van nature insecteneters dat kun je ook heel goed zien aan de vorm van hun snuit, deze is heel spits. De voeding van Dikstaartgerbils moet daarom voor een rijkelijk deel bestaan uit dierlijke eiwitten. Helaas is er (nog) geen specifieke voeding beschikbaar voor de dikstaartgerbil, maar gelukkig is de standaard gerbilvoeding aangevuld met een insectenmix voldoende om aan de voedingsbehoefte van de Dikstaartgerbil te voldoen.

Tandformule: 1003/1003 Oranje gele snijtanden. (Verhouding snijtanden bovenaan - onderaan = 1:3) Snijtanden blijven groeien. Kiezen blijven niet groeien
Maag: Eendelige maag met slijmvliesplooi
Blindedarm: Kleine blindedarm met beperkt vermogen om ruwe vezels te verwerken Blindedarmkeutels worden enkel bij een voedseltekort opgegeten

Het percentage aan ruwe vezels in de voeding moet maximaal 10% zijn voor een optimale verteerbaarheid en opneembaarheid van de voeding.

Een goede samenstelling van de voeding ziet er als volgt uit:

Ruw proteïne (Rp): 14-15,5 %
Ruw vet (RVe): 4 % Vatbaar voor obesitas, alsook voor obesitas
Ruwe vezels (RVz): 4-7 %
Calcium (Ca): 0,6-0,7 %
Fosfor (F): 0,4-0,5 % (Ca-F-verhouding: 1,5 : 1)

Een optimaal eiwitpercentage voor gerbils in de groei lijkt 16% te zijn. Een magnesium of natrium te kort kan bij Gerbils kaalheid en stuiptrekkingen veroorzaken

Knaagmateriaal voor Dikstaartgerbils

Dikstaartgerbils hebben een natuurlijke behoefte om te knagen. Dit komt doordat gerbils knaagdieren zijn en doorgroeiende snijtanden hebben. Het is dus noodzakelijk dat ze ergens op kunnen knagen om de tanden te slijten. Als gerbils te weinig mogelijkheden hebben tot het slijten van de tanden kunnen de tanden te lang worden of scheef gaan groeien met alle gevolgen van dien.

Knaaghout wordt door knaagdieren gebruikt om hun tanden te slijten. Omdat de tanden van knaagdieren altijd doorgroeien moeten deze regelmatig wat te knagen hebben zodat ze niet te lang worden en scheef gaan groeien.

Sommige gerbils knagen heel actief aan knaaghout en andere helemaal niet. Het is enerzijds een kwestie van smaak, maar anderzijds een kwestie van behoefte. Als een gerbil geen knaagbehoefte heeft omdat de tanden goed op lengte blijven door het voer, hooi of andere knabbels, dan zal hij minder aan knaaghout gaan knagen. Het is wel goed om altijd natuurlijk knaaghout aan te bieden zodat de dieren altijd kunnen knagen als ze knaagbehoefte hebben.

Tandproblemen bij de Dikstaartgerbil

Als je merkt dat je dikstaartgerbil heel enthousiast het eten wil aanpakken, maar het vervolgens niet opeet, dan kan er iets aan de hand zijn met de tandjes. Ook kwijlen kan wijzen op tandproblemen. Bij het vermoeden dat er tandproblemen zijn kun je het beste contact opnemen met de dierenarts.

Voortplanting van de Dikstaartgerbil

Dikstaartgerbils zijn solitair levende dieren, ze komen alleen bij elkaar tijdens de paringstijd. Zodra er jongen geboren zijn verzorgd de moeder deze totdat ze oud genoeg zijn om het nest te verlaten, dat is meestal rond de 5 - 6 weken.

Het vrouwtje is om de 7 dagen willig (bronstig) en paringsbereid. Dit duurt ongeveer 12 uur. Als op deze dagen een succesvolle paring heeft plaatsgevonden dan worden de jongen na ongeveer 19 - 24 dagen geboren. Vrouwtjes die ouder dan 6 maanden zijn en nog geen nestje hebben gehad, worden meestal niet meer zwanger.

Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is te zien aan de afstand tussen de geslachtsopening en de anus. Bij een mannetje is deze afstand groter dan bij het vrouwtje.

Geslachtsrijp: vanaf 8 weken
Fok rijp: vrouwtjes vanaf 12 weken
Worpaantal: 3-4 per jaar
Worpgrootte: gemiddeld 4
Draagtijd: 19-24 dagen
Geboortegewicht: 2 - 2,5 g, nestblijvers
Speentijd: vanaf week 5 - 6 weken

Gezondheid van de Dikstaartgerbil

Dikstaartgerbils zijn in het algemeen vrij gezonde dieren. De meest voorkomende gezondheidsproblemen zijn tandproblemen, obesitas, en huidproblemen. In verband met de tandproblemen adviseren regelmatig deze te controleren om eventuele tandproblemen tijdig te ontdekken.

De huidproblemen kunnen voor een groot deel voorkomen worden door de dieren voldoende en blijvend badzand aan te bieden.

Het is niet nodig de dieren preventief te behandelen met anti-parasiet. Extra vitamines geven hoeft niet bij een volledige gerbilvoeding.

Bij de volgende symptomen is het verstandig om een dierenarts te raadplegen

Tandproblemen

Kwijlen, vochtige neus en ogen, uitstekende tanden, niet eten, vermageren, eten van vreemde materialen die zachter zijn dan de voeding.

Huid

Kalen plekken, veel krabben, korstjes, wondjes, bobbels en knobbels

Overige

Nat en vies kontje, heel veel drinken, omvallen, lusteloos, andere vorm en kleur van de keuteltjes

gerbil knaagdier specialist

We hebben verschillende koekies voor knaagdieren, maar we hebben ook cookies die de website verbeteren! Vindt u dat goed? Ja Nee Meer over cookies »